Diederick Sijthoff en Alex van ’t Hoff hebben de eerste race van de Supercar Challenge powered by Dunlop tijdens het Racing Festival op Spa Francorchamps op hun naam geschreven. In een spannende race, waarbij de regen een grote rol speelde, bleven zij uiteindelijk vader en zoon Geddie in de McLaren MP4-12C GT3 en Rick Abresch in de Porsche 997 RSR voor. In de GT-divisie ging de overwinning naar Shaun Balfe in een Ferrari 458  Challenge, en in de GTB-divisie ging de overwinning naar Kees Kreijne. In de Supersport-divisie ging de eerste plaats naar Peter Hoevenaars en in de Sport I-divisie ging de overwinning tot slot naar Toon Rutgers.

 

Bij de coureurs van de Super GT-divisie ging iedereen meteen fel van start. Bij het doven van de lichten waren Robert de Graaff en Alex van ’t Hoff goed weg, en konden zij op de eerste en de tweede positie door La Source komen. Daarachter was het dringen, met onder andere Berry van Elk die Wolf Nathan naar buiten tikte. In de eerste ronden konden de ETEC-Viper en de Corvette C6.R GT1 meteen een gat slaan met hun achtervolgers. Jim Geddie lag met zijn McLaren namelijk op de derde positie, maar zijn rondetijden waren per ronde een paar seconden langzamer dan de kop van het veld. Geddie slaagde er echter wel in om zijn concurrenten achter zich te houden. Eerst waagde de RaceArt Corvette een inhaalactie bij de busstop, maar de Corvette schoot hierdoor rechtdoor waarna Geddie nog steeds de derde plaats in handen had.

Niet veel later moest Geddie toch zijn meerdere erkennen in zijn achtervolgers. Eerst slaagden Koen Wauters en Jan Versluis er in om aan de McLaren voorbij te gaan en niet veel later gingen ook Berry van Elk en Roger Grouwels aan de zwarte bolide voorbij. Van Elk was ondertussen snel onderweg, want niet veel later had de Mosler-coureur ook de twee Ferrari’s van VeKa te pakken. Van Elk leek hierna op weg naar de kop van het veld, maar technische problemen gooiden roet in het eten waardoor Van Elk al vroeg binnen moest komen. Hierdoor kwam de derde plaats in handen van Jan Versluis, omdat zijn teamgenoot Wauters was gespind en hierna vanwege de beginnende regenval de gok had genomen om regenbanden te laten noteren. Dit bleek echter een verkeerde gok, waarna niet veel later weer slicks onder de Ferrari werden gemonteerd.

 

Ook bij Robert de Graaff verliep de race niet vlekkeloos. De Viper-coureur was snel onderweg, maar schoot in Les Combes ineens van de baan en kwam niet veel later ook naar binnen. Er bleek een velg kapot te zijn gegaan, die ook de remleiding had geraakt. De Viper werd nog wel gerepareerd door het team, maar De Graaff en Ribbens eindigden uiteindelijk slechts op de tiende positie. Aan de kop van het veld was het na de pitstops zeer spannend. Omdat het was gaan regenen hadden sommige coureurs gekozen voor regenbanden en andere coureurs weer voor slicks. Zo had Diederick Sijthoff regenbanden gemonteerd maar had Jim Geddie weer slicks onder zijn auto zitten. Die slicks leken na de pitstops de juiste keuze, want de baan droogde elke ronde meer en meer op en Geddie reed snel richting Sijthoff toe.

Geddie pakte dan ook de eerste plaats, maar de weergoden bleken de Engelsman uiteindelijk toch niet gunstig gezind. In de laatste ronden begon het namelijk weer te regenen, wat dus weer in het voordeel van Diederick Sijthoff was. De Corvette-coureur reed snel naar de McLaren toe, en kon in de voorlaatste ronde bij het uitkomen van de Busstop-chicane de eerste positie weer overnemen. Diederick Sijthoff en Alex van ’t Hoff pakten dus de overwinning, voor vader en zoon Geddie. De stijd om de derde positie was ook lang spannend. Op deze positie lag eerst Jan Versluis, maar hij werd ingehaald door Roger Grouwels en Nicky Pastorelli, die het stuur van Rick Abresch had overgenomen. Pastorelli was snel onderweg en probeerde in de busstop Grouwels uit te remmen. Beide bolides raakten echter elkaar en gingen in de rondte. Grouwels verloor hierdoor veel tijd en Pastorelli kreeg een drive-through aan zijn broek.

Pastorelli klom in de voorlaatste ronde zelfs nog op naar de tweede plaats, maar door de drive-through vielen Abresch en Pastorelli toch nog terug naar de derde positie. Knap was ook nog de vierde positie van Wim Lumbeeck met zijn Dodge Viper GT1. In de GT-divisie had Henk Thuis een goede start. De bestuurder van de BMW Silhouette kon zijn pole position behouden en kreeg achter zich aan Bert Redant. Voor Pierre Etienne Border verliep de start minder vlekkeloos, want hij spinde bij het uitkomen van de Busstop-chicane en verloor hiermee veel posities. Ook Bert Redant verloor in de beginfase een paar posities. De BMW-coureur viel terug tot de vierde positie, achter Shaun Balfe en Barry Maessen. Viper-coureur Maessen was in de eerste ronden bezig aan een opmars, want hij had door technische problemen in de kwalificatie geen snelle tijd kunnen noteren. Bij de Viper van Maessen was de versnellingsbak namelijk kapot gegaan, en het team had voorafgaand aan de race alle zeilen moeten bijzetten om een nieuwe versnellingsbak te monteren. Dat werk betaalde zich echter wel uit, want Maessen slaagde er in zijn opmars zelfs al voor de pitstops in om ook aan Henk Thuis voorbij te gaan.

 

De pitstops gooiden het veld hierna weer aardig door elkaar. Shaun Balfe zag zijn voorsprong op Barry Maessen verder uitlopen omdat Maessen veel meer strafseconden had. De Viper-coureur viel door deze strafseconden zelfs terug naar de vijfde positie, want ook Steve Vanbellingen, Pim van Riet en Simon Atkinson gingen aan Maessen voorbij. Maessen kon uiteindelijk de vierde positie van Henk Thuis en Pim van Riet nog wel terugpakken, maar hij slaagde er niet meer in om op het podium te eindigden. Die podiumplaatsen gingen uiteindelijk naar Shaun Balfe, die overigens knap zesde algemeen werd, voor BMW-coureurs Vanbellingen/Redant en Lamborghini-coureur Simon Atkinson. In de GTB-divisie kon Erol Ertan in de beginfase van de race zijn pole position verzilveren. De Porsche-coureur had een goede beginfase, waarbij hij zijn concurrenten achter zich kon houden. Voor Daan Meijer begon de race minder goed, want hij kwam al in de eerste ronde met technische problemen naar binnen.

Achter Erol Ertan klom Werner van Herck op naar de tweede positie, door Kees Kreijne in te halen. Van Herck was hierna snel onderweg, maar kon dit niet lang vasthouden. Van Herck kreeg namelijk te kampen met technische problemen, en moest zijn Mazda bij Les Combes langs de baan stilzetten. Van Herck was overigens niet de enige coureur met technische problemen. Bij Nelson van der Pol en Jacky van der Ende was in de kwalificatie namelijk het differentieel van hun BRL kapot gegaan, en het team had voor de race nog een ander differentieel moeten monteren. Dit differentieel had echter een totaal andere tandwielverhouding, waardoor hun topsnelheid ver terugviel en ze de race dus eigenlijk al met een handicap begonnen.

Dit kwam niet alleen gunstig uit voor Kees Kreijne, maar ook voor René Wijnen en Charlie Frijns. Zij hadden door een crash in de vrije training niet kunnen kwalificeren en moesten daardoor achteraan starten met een geleende auto. De Porsche van het duo was namelijk te zwaar beschadigd, waardoor Lammertink Racing in allerijl nog een andere Porsche naar het circuit had laten komen. Wijnen en Frijns kwamen voor de pitstops al op de derde positie terecht, en konden deze positie tot de finish behouden. De eerste plaats kwam na de pitstops in handen van Kees Kreijne, die minder strafseconden had dan Erol Ertan en hierdoor die eerste positie in handen kreeg. Aan deze klassering veranderde in de slotfase niks meer, waardoor Kees Kreijne weer een overwinning op zijn cv mocht bijschrijven. Erol Ertan eindigde op de tweede plaats, en René Wijnen en Charlie Frijns eindigden op de derde plaats. In de Supersport-divisie had Cor Euser een zeer goede start. De Lotus-coureur kon de eerste ronden meteen weglopen bij zijn concurrenten en zag bovendien dat de op de tweede positie gestarte Peter Stox in de eerste ronden een paar posities verloor. Daarnaast kregen Luc de Cock en Pieter van Soelen het ook met elkaar aan de stok bij het uitkomen van de busstop chicane, waarmee zij kostbare seconden verloren.

Marcel Norbart ging het een stuk beter af, want de Seat-coureur schoot vanaf zijn vijfde startpositie meteen door naar de tweede plaats. Achter Norbart sloot Ferry Monster aan, met niet ver daarachter Peter Hoevenaars. Bij deze groep slaagde Ferry Monster er voor de pitstops nog in om aan Norbart voorbij te gaan. Norbart zag bij de pitstops echter een goede klassering in rook opgaan. Hij kwam namelijk te laat binnen voor zijn pitstop en kreeg hierdoor dertig strafseconden aan zijn broek. Wie dat ook overkwam was Luc de Cock, die op dat moment op de vijfde positie lag maar dus ook verder terugviel. Na de pitstops had Wim van Genderen het stuur van de Lotus Evora van Cor Euser overgenomen, en hij kwam al meteen onder zware druk te staan van de gretige Peter Hoevenaars. Na Hoevenaars kon ook Robin Monster aan Van Genderen voorbijgaan.

Achter de koplopers reed in de slotfase André de Vries snel naar voren. De BMW-coureur was na de pitstops op de zesde positie terug op de baan gekomen maar kon al snel aan David Nye en Koen Bogaerts voorbijgaan. Ook Wim van Genderen kon de snelheid van André de Vries niet pareren. Stox en De Vries eindigden uiteindelijk op de derde positie, achter overwinnaar Hoevenaars en de op de tweede positie geëindigde Robin en Ferry Monster. Koen Bogaerts en Pieter van Soelen eindigden op de vijfde positie. In de Sport I-divisie konden John van der Voort en Eric van den Munckhof bij de start hun eerste twee posities behouden. De twee concurrenten voor het kampioenschap kregen echter al snel gezelschap van Toon Rutgers, die zich op het laatste moment voor de Sport I-divisie had ingeschreven. Rutgers deed namelijk eigenlijk met de Sport II-divisie mee in de races van de ACNN, maar omdat zijn eigen Lotus kapot was gegaan had Van der Kooi voor hem een andere Lotus beschikbaar gesteld. Deze beschikte echter over meer vermogen, waardoor Rutgers besloot om in de Sport I-divisie mee te doen.

 

De Lotus-coureur kreeg hier geen spijt van, want gestart vanaf de laatste startpositie klom hij al snel op in het klassement. Van der Voort en Van den Munckhof konden de Lotus-coureur ook niet lang achter zich houden, en gaven Rutgers verder vrij spel. Voor Van den Munckhof verliep de race echter niet vlekkeloos, want technische problemen zorgden er na een paar ronden voor dat zijn tijden terugliepen. Hierdoor konden achter Rutgers en Van der Voort Leon Zappeij, Wesley Caransa en Tim Hummel opklimmen naar posities drie tot en met vijf. Deze groep vocht tot aan de pitstops felle gevechten uit met elkaar. Na de pitstops waren Caransa en Hummel aan Van der Voort voorbij gegaan, en kon Priscilla Speelman aan een opmars beginnen. Hierbij speelde de bandenkeuze een grote rol. Door de lichte regenval was Speelman namelijk overgestapt op intermediates, maar dit leek eerst op de opdrogende baan geen goede keuze. In de slotronden begon het echter weer harder te regenen waarna Speelman ronde voor ronde richting de op de tweede plaats liggende Caransa kon rijden. Uiteindelijk slaagde Speelman er in de laatste ronde in om de tweede plaats van Caransa over te pakken, waardoor Van der Voort en Speelman weer goede zaken deden voor het kampioenschap. Eric van den Munckhof kwam door zijn technische problemen namelijk niet verder dan de zevende plaats.

Robert de Graaff en Philippe Ribbens hebben zich na hun uitvalbeurt in de zaterdagrace sterk hersteld. Begonnen in het middenveld reden de twee Viper-coureurs snel naar voren en doordat zij optimaal konden profiteren van het gebrek aan resultaatseconden kwamen zij na de pitstops aan de leiding te liggen. Een drive-through voorkwam niet dat De Graaff en Ribbens een zege op hun cv konden bijschrijven. In de GT-divisie ging de overwinning naar Shaun Balfe, in de GTB-divisie naar Werner van Herck, in de Supersport-divisie naar Marcel Norbart en in de Sport I-divisie naar John van der Voort en Priscilla Speelman.
 
In de Super GT-divisie ging de start niet voor iedereen goed. Zo was er een spin van Jan Storm en ook Wim Lumbeeck verloor een paar plaatsen. Nicky Pastorelli pakte de eerste plaats, met daarachter Jaap van Lagen in de Corvette Z06R GT3. Diederick Sijthoff viel bij de start terug tot de vijfde positie, achter Jim Geddie en Jan Versluis. Ook Nol Köhler had een goede start en kon aansluiten achter Diederick Sijthoff. Sijthoff herstelde zich weer in de tweede ronde en slaagde er in om zowel Jan Versluis als Jim Geddie in te halen. Geddie moest ook Jan Versluis aan zich voorbij laten gaan, en kreeg daarna Nol Köhler en Philippe Ribbens in zijn spiegel. Ribbens was gestart op de tiende positie maar reed al snel naar voren.
 
Aan de kop van het veld slaagde Jaap van Lagen er na een paar ronden in om Nicky Pastorelli voorbij te steken. De race van Pastorelli kwam niet veel later abrupt ten einde, want de Porsche-coureur schoot in Blanchimont hard van de baan omdat hij uit moest wijken voor Dick van der Donk, die vlak voor hem met technische problemen stilviel. “Mijn vliegwiel ging kapot en daardoor had in geen aandrijving meer”, vertelde van der Donk achteraf. “Op zo’n moment schrik je toch en ik lette niet goed op waar ik reed. De Porsche moest toen uitwijken voor mij, kwam op het vuile gedeelte terecht en schoot zo van de baan.” Pastorelli schampte met de Porsche de bandenstapels en ging ook nog een paar keer in de rondte, maar kon zijn weg wonderwel wel vervolgen. Diederick Sijthoff was er ondertussen al in geslaagd om aan Jaap van Lagen voorbij te gaan. Achter Van Lagen rukte Viper-coureur Philippe Ribbens op, die snelle rondetijden noteerde en binnen een paar ronden voorbij was gegaan aan Nol Köhler, Jim Geddie en Jan Versluis.

Na de pitstops was Wolf Nathan weer op de eerste positie terecht gekomen, met daarachter Robert de Graaff en Jan Versluis. Alex van ’t Hoff, die het stuur had overgenomen van Diederick Sijthoff, was door zijn resultaatseconden teruggevallen tot de vierde positie. Carlo Kuijer en Berry van Elk lagen na de pitstops op de posities vijf en zes. Het duurde echter niet lang voordat Robert de Graaff de eerste positie overpakte van Corvette-coureur Wolf Nathan. De Graaff kon hierna uitlopen, maar kreeg niet veel later een drive-through aan zijn broek. Philippe Ribbens had namelijk onder geel een andere deelnemer ingehaald, en de wedstrijdleiding was hierbij onverbiddelijk. Door die drive-through kwam Wolf Nathan weer op de eerste plaats terecht. Robert de Graaff sloot aan op de tweede positie, op zeven seconden achterstand van de koploper.
 
De Graaff was ook hierna weer snel onderweg, en kon ronde voor ronde naar Wolf Nathan toerijden. Achter de twee koplopers noteerde Geddie snelle rondetijden. De bestuurder van de McLaren MP4-12C GT3 kon na de pitstops veel bolides inhalen en kwam zelfs op de derde positie te liggen. Achter de McLaren sloten Alex van ’t Hoff, Rick Abresch en Jan Versluis aan op de posities vier tot en met zes. Jan Versluis lag na de pitstops op de vierde positie, maar evenals de ETEC-Viper kreeg ook de VeKa-Ferrari een drive-through penalty voor inhalen onder geel. De Graaff kon in de laatste ronden de eerste positie weer overnemen van Wolf Nathan, die achteraf blij was dat hun überhaupt de finish nog had gehaald. “De laatste ronden had ik echt geen benzine meer”, vertelde Nathan. “Ik heb de laatste ronde volgens mij op de reservetank gereden, en de auto haperde constant. Het had weinig gescheeld of ik had de finish niet gehaald.” De overwinning ging dus naar Robert de Graaff en Philippe Ribbens, voor Wolf Nathan en Jaap van Lagen. Vader en zoon Geddie competeerden het podium in de Super GT-divisie.
 
Diederick Sijthoff en Alex van ’t Hoff eindigden op de vierde plaats, maar Sijthoff verklaarde achteraf dat er nog wel een betere klassering in had gezeten als het team de juiste banden had gehad. “Dunlop had ons de verkeerde bandenmaat geleverd, waardoor we niet zo snel waren als dat we hadden gehoopt.” In de GT-divisie kon Shaun Balfe bij de start zijn eerste plaats behouden. Daarachter ging Pim van Riet in de eerste ronde al voorbij aan Bert Redant, die op zijn beurt Simon Atkinson en Barry Maessen achter zich aan kreeg. Balfe kon in de eerste ronden een voorsprong opbouwen van een zevental seconden, maar de Ferrari-coureur zag daarna dat zijn voorsprong op Pim van Riet toch weer kleiner werd. Bert Redant viel in de beginfase verder terug, en moest Simon Atkinson, Barry Maessen en ook Jan van der Kooi aan zich voorbij laten gaan. Van der Kooi kon door technische problemen de zaterdagrace niet rijden maar was er voor de race op zondag toch in geslaagd om zijn Lotus te herstellen. Van der Kooi was achteraan gestart maar lag voor de pitstops al op de vijfde positie, achter Pierre Etienne Bordet. Toch sloeg ook in deze race het noodlot voor Van der Kooi weer toe, want ook ditmaal haalde de Lotus het einde niet.

 

Bordet kwam na de pitstops op de eerste plaats te liggen. Hij hoefde, omdat hij geen resultaatseconden had, minder langs stil te staan dan zijn concurrenten en kon hierzo voor Simon Atkinson en Shaun Balfe de baan op komen. Atkinson kwam hierbij meteen onder druk te staan van Balfe, die de Lamborghini-coureur niet veel later inhaalde. Ook Pim van Riet kon aan de Lamborghini van Atkinson voorbijgaan. Van Riet werd echter gestuit in zijn opmars, want hij kreeg een drive-through penalty omdat zijn pitstop niet correct was uitgevoerd. Van Riet verloor hierdoor een positie aan Simon Atkinson, en zijn achterstand op koplopers Bordet en Balfe werd hiermee met tien seconden vergroot. Balfe slaagde er in de slotfase nog in om aan Bordet voorbij te gaan, en pakte hiermee zijn tweede zege van het weekend. Bordet werd wel tweede, en Simon Atkinson eindigde op de derde plaats. De twee BMW Silhouettes van Pim van Riet en het duo Vanbellingen/Redant eindigden op de posities vier en vijf.

In de GTB-divisie had Erol Ertan een goede start. De Porsche-coureur ging namelijk in de eerste ronde al voorbij aan Kees Kreijne en kon meteen een paar seconden uitlopen. Achter Kreijne lag Charlie Frijns op de derde positie, maar Frijns kreeg al snel de BRL Mondeo van Jacky van der Ende en Nelson van der Pol achter zich aan. Zij waren er in de nacht van zaterdag op zondag in geslaagd om een ander differentieel te vinden voor hun auto waardoor hun topsnelheid een stuk beter was. Zodoende konden zij zich ook weer in de strijd om de ereplaatsen mengen. Voor Daan Meijer eindigde de race evenals op zaterdag in tranen. Na een vijftal ronden moest Meijer zijn Porsche namelijk met technische problemen langs de baan parkeren. Voorafgaand aan de pitstops bleef de stand ongewijzigd, maar na de pitstops veranderde dat. Werner van Herck was nu namelijk op de eerste plaats komen te liggen, voor Erol Ertan en Kees Kreijne. René Wijnen sloot aan op de vierde positie, maar werd al snel ingehaald door Jacky van der Ende.
 
Van Herck, Ertan en Kreijne kregen het hierna flink met elkaar aan de stok. De drie coureurs gaven elkaar geen duimbreed toe, waardoor van Herck flink onder druk kwam te staan. In de 20e ronde slaagde Erol Ertan er in om aan de Mazda van Van Herck voorbij te gaan. Van Herck gaf zich echter niet gewonnen en sloot aan bij Porsche-coureur Ertan. Van Herck slaagde er uiteindelijk in de laatste ronde in om weer aan de Porsche van Ertan voorbij te gaan, waardoor de Mazda-coureur een knappe overwinning in de wacht sleepte. Achter Ertan eindigde Kees Kreijne op de derde positie. Peter Hoevenaars kon in de Supersport-divisie bij de start zijn eerste positie behouden. Daarachter klom Cor Euser meteen op naar de tweede positie. De Lotus-coureur ging voorbij aan Peter Stox en Ferry Monster. Peter Stox verloor op zijn beurt weer een positie aan Koen Bogaerts in de BMW M3 GTR.
 
Hoevenaars kreeg na de beginfase de hete adem in zijn nek van Cor Euser, die steeds dichter achter de BMW-coureur kwam te zitten. Ferry Monster stond ondertussen op de derde positie ook flink onder druk, want de Seat-coureur had in zijn kielzog Koen Bogaerts. Ook Marcel Norbart reed in deze groep snel naar voren. Hoevenaars viel niet veel later terug, want de jonge coureur werd rond getikt bij het uitkomen van de busstop-chicane en zag hierdoor dat Cor Euser, Ferry Monster en Koen Bogaerts aan hem voorbij konden gaan. Na de pitstops zag de stand er weer een stuk anders uit. Marcel Norbart was door zijn gebrek aan resultaatseconden op de eerste plaats komen te liggen en had achter zich aan Cor Euser op de tweede positie. Achter de Lotus van Euser sloten Pieter van Soelen, Robin Monster en Peter Hoevenaars aan op de posities drie tot en met vijf.

Norbart kon zijn eerste positie in de slotfase van de race consolideren en zo zijn eerste overwinning in de Supersport-divisie van dit seizoen in de wacht slepen. Cor Euser eindigde op de tweede plaats, en Koen Bogaerts en Pieter van Soelen completeerden het podium op de derde positie. Robin en Ferry Monster, leiders in het kampioenschap, finishten op de vierde plaats. In de Sport I-divisie ging het in de openingsronde niet goed bij Toon Rutgers, die veel posities verloor. “Ik werd aangetikt door een Seat, en kwam hierdoor vast te staan in het grind”, legde Rutgers uit. “Ik dacht, mijn race is voorbij, maar ik kon door mijn Lotus in zijn achteruit te zetten toch nog uit de grindbak komen. Hierna kon ik beginnen aan een inhaalrace, want iedereen was mij voorbij gekomen.”
 
Hierdoor kon John van der Voort de eerste positie in de race overnemen. De BMW-coureur kon snel een voorsprong opbouwen op zijn achtervolgers, zijnde Leon Zappeij, Wesley Caransa en Artem Shabazov. Toon Rutgers herstelde zich echter snel, en kon voorafgaand aan de pitstops toch weer opklimmen naar de eerste plaats. Toch ging het bij de Lotus-coureur wederom fout, want Rutgers kwam bij zijn pitstop met veel schade aan het bodywork binnen. Rutgers was andermaal van de baan gegaan en verloor hiermee veel tijd. Na de pitstops was Priscilla Speelman op de eerste positie komen te liggen, en daarachter Leon Zappeij, Wesley Caransa en Toon Rutgers. Voor Zappeij sloeg echter in de slotfase het noodlot toe. De BMW van Zappeij ging namelijk kapot waardoor de BMW-coureur een goede klassering in rook op zag gaan. Toon Rutgers klom ondanks zijn schade in de slotfase nog op naar de derde positie, achter overwinnaars John van der Voort en Priscilla Speelman en de op de tweede plaats geëindigde Wesley Caransa.

Tekst Maurice Hoogers

10529242
Vandaag
Gisteren
Deze week
Afgelopen week
Deze maand
Afgelopen maand
All days
5579
9746
24899
10432803
186703
257487
10529242

Vrienden van NoSpeedLimits.nl

iCagenda - Calendar

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Ga naar boven